Sommigen zullen mij voor gek verklaren, maar het opvoeden van 2 honden vergelijk ik soms met het hebben van kinderen. Dat probeer ik niet te vaak hardop te zeggen, want ik weet hoe het klinkt wanneer je je hond met een kind gaat vergelijken. Maar stiekem denk ik toch dat het hebben van honden een goede leerschool is geweest. Waarbij de levenslessen zowel van pas gaan komen wanneer er straks een hummeltje rondhuppelt, als nu al in het dagelijks leven.
Dus… wat heb ik dan geleerd?
1. Iedereen doet het op zijn manier
Iedereen voedt zijn honden/kinderen op, op zijn manier. Jij denkt het misschien beter te weten, maar wie ben jij? Ook al heb je al ervaring met opvoeden. Elke situatie en iedere hond en ieder kind vraagt om een andere aanpak. En er is geen eenduidige manier voor opvoeding. Zie het mooie in van dat iedereen het op zijn eigen manier doet.
Oordeel daarom ook niet over momentopnames. We hebben allemaal wel een verhaal van wanneer we uit onze stof schoten en niet op de manier reageerden zoals we zouden willen. Ben jij dan net toevallige toeschouwer, herinner jezelf dan aan zo’n moment in plaats van een oordeel te vellen.
2. Vaak komen dingen vanzelf goed
Loopt hij niet raar? Drinkt hij nou te veel? Eet hij niet te weinig? Wacht een dag of twee, en 9 van de 10 problemen zijn vanzelf verholpen.
3. Niet al hun gedrag is een afspiegeling van jouw opvoeding
Onze ene hond is aanhankelijk en pieperig, maar luistert goed. De andere zelfstandig en grappig, maar heeft stront in zijn oren wanneer je hem roept. Beiden dezelfde opvoeding, maar zulke andere karakters. Niet al hun gedrag is te herleiden naar jouw opvoeding. Soms zijn ze gewoon zo.
4. Je hoeft niet overal antwoord op te hebben, je leert gaandeweg
Kunnen ze nou het beste eerst wandelen of eerst eten? Moeten ze nou wel of niet in een bench slapen? Is het erg als ze chocola hebben gegeten? Zo veel dingen waar je in eerste instantie nog geen antwoord op hebt. Als je er maar op vertrouwt dat je hier gaandeweg jouw weg in vindt komt het allemaal goed. Je zult ook fouten maken (oh ze moest eigenlijk 2x zo veel eten krijgen op een dag…), maar zolang die niet levensbedreigend zijn is er weinig aan de slinger.
5. Sommig gedrag hoort erbij, ook al ervaar jij het als negatief
Gatver zit je nou alweer stront te vreten! Jup, honden eten stront. Dat doen ze voor hun jonkies om het nest schoon te houden, maar dat doen ze ook wanneer jij langs die zandbak loopt waar katten hun persoonlijk toilet van gemaakt hebben. Elke keer boos worden maakt jouw dag niet beter, dus soms moet je ook gewoon accepteren dat het erbij hoort. Misschien alleen niet aan je gezicht laten likken daarna..
6. De reactie van anderen in niet altijd jouw verantwoordelijkheid
Wordt iemand boos omdat je hond op iemands eten komt afgerend, omdat diegene besloten heeft dat het een goed idee is om te gaan picknicken in een hondenlosloopgebied? Niet jouw schuld. Soms ontstaan er situaties die je liever had willen vermijden, omdat iemand anders erdoor ontdaan is. Dat hoort erbij. Loopt je kind te krijsen in de supermarkt, waardoor anderen geïrriteerd met hun handen over hun oren lopen? Is vervelend, maar jij bepaalt hun reactie niet.
7. Je kunt niet dezelfde hygiëne standaard hooghouden
Kots op de bank, plas op het tapijt, poepvlekken op het kussen, modderpoten op de vloer, haren… overal…. Het hoort er allemaal bij. Je kan je dag besteden aan dwangmatig proberen de standaarden te blijven hanteren die je hiervoor had, maar daarmee houd je weinig tijd over voor leukere zaken. Let it go. Alhoewel misschien wel even die kots, plas en poep opruimen.

8. Je hebt niet overal controle op
Misschien wel de belangrijkste les. Je hebt niet de volledige controle over waar jouw hond/kind mee in aanraking komt. Jij kunt je kind willen behoeden van ongezond eten, maar zodra ze bij opa en oma zijn weten ze maar al te goed de snoeppot te vinden. Thuis geen scheldwoorden? Wacht maar tot ze op school komen. Zelfde geldt voor honden. Het kan een hoop frustraties geven als je hier continu de controle over probeert te houden.
Beste is om erop te leren vertrouwen dat jij je best heb gedaan om ze zo goed mogelijk te op te voeden, om ze zo de handvatten te geven voor het maken van de juiste keuzes. Betekent niet dat ze niet alsnog de “verkeerde” maken. Je hebt nog ruimte voor bijsturing. En zo niet, leren ze een waardevolle les. That’s life.